INLEIDING

REIZEN DOOR AFRIKA

GEOLOGIE

ER WAS EENS

PLANTENWERELD

WELWITSCHIA

LOBELIA

DIERENWERELD

NEUSHOORN

ZEBRA

STRUISVOGEL

KROKODIL

AYE AYE

LEEUW

NIJLPAARD

GIRAFFE

FLAMINGO

JACHTLUIPAARD

OLIFANT

GNOE

GORILLA

WILDE HOND

SHOEBILL

DE SEIZOENEN

KLIMAAT

LANDSCHAPPEN

SLENK

GEBERGTEN

SCHILD

PLATEAUS EN BEKKENS

RIVIEREN

WOESTIJNEN

MEREN

ZOUTMEREN

VOLKEN IN AFRIKA

BERBERS

MASAI

DINKA

INFORMATIE GAMBIA

GALERIJ DIEREN

GALERIJ

STARTPAGINA

 

 

 

Er was eens.

De mens is ontstaan in Oost Afrika. De 19e eeuwse Engelse natuurkenner Charles Darwin beledigde velen in zijn tijd door te suggereren dat de eerste tweevoeters onze voorvaderen afstamden van de apen. In de jaren 1950 ontdekten de paleontologen Louis en Mary Leaky botten die de theorieŽn van Darwin ondersteunden. Nieuw onderzoek wijst uit dat de oermens homonide mogelijk op de hoge Oost Afrikaanse plateaus uit de aap is geŽvolueerd. 

De wieg van de mensheid. 3 tot 4 miljoen jaar geleden verscheen de eerste echte homonide, Australopithecus, in Afrika. Het fossiele overblijfsel toont aan dat deze oermens kleine hersenen had, maar rechtop liep. Australopithecus zijn van cruciaal belang omdat ze tot een tijd behoren waarin onze voorvaderen zich nog maar net hadden losgemaakt van de evolutie vanaf de aap en zich afzonderlijk gingen ontwikkelen als homoniden. Ook in Oost Afrika ontstond 2 miljoen jaar geleden de Homo habilis of klusjesmens zo genoemd vanwege zijn gebruik van eenvoudig gereedschap. 1miljoen jaar later verscheen de Homo erectus of rechtopstaande mens. Hoewel er overal ter wereld bewijs is gevonden van het bestaan van de homo erectus, zijn de oudste fossielen afkomstig uit Oost Afrika. Ten slotte verscheen zo n 100 000 jaar geleden de eerste mens: de Homosapiens denkende mens is in alle fysiologische opzichten identiek aan ons. De levensstijl van onze eerste voorvaderen lijkt op die van de bosjesmannen of nomadische jagers en verzamelaars van Kung San, die nog steeds hun jachtgebied hebben in het struikgewas van de Kalahari in Zuid Afrika. 

De meer gevestigde Hottentot gemeenschap ontstond zo n 10 000 jaar geleden: zij waren afhankelijk van het vee dat zij hielden. Omstreeks 7000 v.C. begonnen mensen met het kweken van gewassen. Als gevolg van klimaatsveranderingen breidde het droge gebied in het noorden {de Sahara} zich uit. De woestijn bereikte zijn huidige omvang rond 2500 v.C waarbij de boerenbevolking van ooit vruchtbare grond werd verdreven. Veel stammen weken in hun zoektocht naar water uit naar het zuiden. Ze vestigden zich langs de vallei van de Niger waar de Nok beschaving ontstond, de eerste landbouw gemeenschap in Afrika die metaalbewerkingvaardigheden meester werd. Uit deze oorsprong ontstond de Bantoe cultuur, die zich langzaam van de ene naar de andere vallei verspreidde,waarbij groepen nomadische jagers en verzamelaars zich in dorpen vestigden. Zo n 2500 jaar geleden omzeilden Bantoe stammen de regenwouden langs de evenaar, om zo het gebied ten noorden van de Grote Meren te bereiken. Ze kwamen in contact met de bevolking van veefokkers die de taal van de Niloten spraken afstammelingen van rassen afkomstig uit de vallei langs de Nijl. Net als de Bantoes waren ze van hun land verdreven door de steeds verder opdrogende Sahara: ze kwamen terecht in wat nu Sudan is, in de hoop grasland te vinden voor hun vee. 2000 jaar lang was Kenia het toneel van een komen en gaan van bevolkingsgroepen. De Bantoes cultiveerden nieuwe stukken land en door de Nilotische veehoeders werden nieuwe gebieden grasland opengelegd. Het bestaan van veefokkers draaide om hun vee dat ze lieten grazen op de weiden van de hoge plateaus. Hun dorpen bestonden uit hutten die waren opgebouwd uit takken en bladeren. Deze konden eenvoudige worden afgebroken en naar het volgende kampement worden gedragen. De Bantoe boeren beperkten zichzelf daarentegen tot de valleigronden die veel vruchtbaarder waren dan die op de omringende heuveltoppen. Zij verspreidden zich snel langs de rivieroevers en rond de meren, waarbij ze strategieŽn ontwikkelden om zich te beschermen tegen seizoen overstromingen en door insecten overgebrachte ziekten. Ze leefden volgens de cycli van het groeiseizoen en leerden overschotten opzij te leggen in uitgegraven opslagplaatsen of graanschuren. Hoewel de verschillende patronen voor het gebruik van land potentiŽle conflicten tussen boeren en vee herders hielpen minimaliseren, drongen beide groepen op hun weg naar het zuiden wel binnen in gebieden die in beslag waren genomen door Bosjesmannen. De Bosjesmensen hadden tegen die tijd 40 000 jaar op de open vlakten van zuidelijk Afrika rondgezworven; hun afstammelingen oefenen nog steeds hun traditionele levensstijl uit in de droge Kalahari.

 

 

 

  gerdavanderzwan@hotmail.com

Laatst bijgewerkt: 19-04-2007 11:21 

©vriendenvanafrika.nl     ©vriendenvanafrika.com

ALL RIGHTS RESERVED.