INLEIDING

REIZEN DOOR AFRIKA

GEOLOGIE

ER WAS EENS

PLANTENWERELD

WELWITSCHIA

LOBELIA

DIERENWERELD

NEUSHOORN

ZEBRA

STRUISVOGEL

KROKODIL

AYE AYE

LEEUW

NIJLPAARD

GIRAFFE

FLAMINGO

JACHTLUIPAARD

OLIFANT

GNOE

GORILLA

WILDE HOND

SHOEBILL

DE SEIZOENEN

KLIMAAT

LANDSCHAPPEN

SLENK

GEBERGTEN

SCHILD

PLATEAUS EN BEKKENS

RIVIEREN

WOESTIJNEN

MEREN

ZOUTMEREN

VOLKEN IN AFRIKA

BERBERS

MASAI

DINKA

INFORMATIE GAMBIA

GALERIJ DIEREN

GALERIJ

STARTPAGINA

 

 

 

Dierenwereld.

Afrika is beroemd om zijn fauna, met name op de steppen en savannen komen talloze zoogdieren voor. Het werelddeel heeft ook een grote verscheidenheid aan vogels.


De woestijndieren.

Deze dieren hebben allemaal gemeen dat ze bijzonder goed uitgerust zijn tegen de hitte en de droogte. Reptielen als slangen en hagedissen kunnen bijvoorbeeld heel lang vocht vasthouden omdat hun huid geen water door laat, waardoor ze geen vocht verliezen door transpiratie. In de woestijn leven voor ook velen soorten insecten, zoals giftige schorpioenen en springhanen, en kleine knaagdieren zoals de woestijnspringmuis. Dieren als de woestijnvos en woestijnkat hebben harige poten, waarmee ze zich makkelijk door het zand kunnen voortbewegen. Grote wilde zoogdieren komen in de Sahara nauwelijks voor. Een uitzondering vormt de addax, een woestijn antilope, die heel lang zonder water kan en zich snel kan verplaatsen. Aan de randen van de Sahara leven in het noorden wilde schapen en geiten en in het zuiden gazellen en antilopen. De kameel is van van oorsprong geen Sahara bewoner, maar is vanuit Azië naar dit gebied gebracht. In de Kalahari woestijn, die voor een deel een half woestijn is, waar stugge grassoorten groeien, komen nog wel grote zoogdieren voor, zoals de springbokken. In zowel de noordelijke als zuidelijke woestijnen in Afrika leven vele soorten roofvogels.

 

De dieren van de steppen en savannen.

Deze grasvlakten zijn met name het leefgebied van de hoefdieren zoals antilopen, gazellen, zebra's, giraffes, buffels, gnoes, en wildebeesten. De meeste van deze hoefdieren voeden zich met gras en klaver, maar de giraffe eet bij voorkeur jonge groene blaadjes van struiken en bomen. De meeste grazende dieren leven in kuddes. Ze kunnen zich met een ongelooflijke snelheid verplaatsen als er gevaar dreigt, bijvoorbeeld van roofdieren zoals de jachtluipaard, de panter en de koning der dieren, de leeuw die vooral jagen op gazellen, antilopen, zebra's, gnoes. Leeuwen en luipaarden jagen ook op struisvogels de grootste levende vogels ter wereld die in Afrika nog in vrij grote aantallen op de steppen leven. De resten vlees aan de karkassen van de door de roofdieren gedode dieren worden schoon gevreten door Hyena s en gieren. Op de steppen en savannen komen veel soorten roofvogels voor. Olifanten en neushoorns leven meer in de bosrijke savannen, maar komen ook in drogere gebieden voor, waar ze zich ook met grassen voeden. In streken met bossen eten ze hoofdzakelijk bladeren en twijgen, waarbij olifanten soms hele bomen ontwortelen om beter bij het groen te kunnen komen. Op de steppen en savannen leven ook veel kleinere zoogdieren als de springhazen en bavianen, de laatste vooral in gebieden met rotsen, waar ze zich s`nachts terugtrekken. Verder zijn de steppen het leefgebied van vele insecten, zoals de termieten.

Moerasbewoners.

Afrika kent vele moerassen, die ontstaan als de rivieren in regenrijke gebieden in de regentijd buiten hun oevers treden. Zo moerasgebied is bijvoorbeeld het Sudd moeras in het zuiden van Soedan, de grootste van de Afrikaanse moerassen. In deze moerassen en ook in sommige rivieren en meren leeft het nijlpaard, het op een na grootste zoogdier van Afrika. Een ander dier dat zich thuis voelt in de waterrijke moerasgebieden is de krokodil, waarop door de mens zoveel jacht is gemaakt dat hun aantal sterk is verminderd. In de buurt van rivieren en moerassen leven ook veel slangen, zoals pythons, die overal in tropisch Afrika voorkomen. De moerassen en meren in Oost Afrika zijn ook de broedplaatsen van vele soorten vogels.

 

De oerwoudbewoners.

In de tropische oerwouden wonen maar weinig grote zoogdieren. Ook de olifanten en buffels die in deze 
wouden voorkomen zijn niet zo groot als hun soortgenoten op de savannen. Diep in het tropische regenwoud van het Kongo bekken leeft de zeldzame okapi, die verwanten is aan de giraffe. Meer verspreid over het regenwoud woont de bongo, die net als de okapi een prachtige roodbruine vacht met witte strepen heeft. In de tropische regenwouden wonen ook verschillende soorten apen, zoals de gorilla, de chimpansee, de meerkat, en de mandril [of bosduivel]. in het oerwoud langs de kust van West-Afrika leeft het penseelzwijn of rode rivierzwijn, dat meer dan 250 kilo kan wegen. De naam penseelzwijn is ontleend aan de vorm van zijn oren. Het oerwoud is het woongebied van vele prachtige tropische vogels, zoals de neushoornvogel en de papagaai. In de kruinen van bomen leven veel vleermuizen, terwijl lager bij de grond boomkikkers en slangen, zoals de zeer giftige Gaboen adder en mamba´s voorkomen.

 

De dierenwereld op Madagaskar.

Dit eiland werd ongeveer 20 miljoen jaren geleden gescheiden van het vastenland van Afrika en hierdoor wijkt de dieren wereld ten opzichte van de rest van Afrika sterk af. Grazende dieren en grote roofdieren komen er niet voor ook geen apen. Wel leven er halfapen als maki`s, het vingerdier [aye-aye] en Indri achtigen. Civet katten zijn de enige roofdieren. Een ander dier dat kenmerkend is voor Madagaskar is de tenrek [borstelegel].

 

Bedreigde diersoorten.

Voornamelijk door toedoen van de Europese kolonisten is een aantal diersoorten in Afrika uitgestorven en 
worden andere dieren met uitsterven bedreigd. De kolonisten en later ook avonturiers brachten vuurwapens
mee en gingen veelal voor hun plezier op jacht. Al aan het einde van de 19e eeuw waren de blauwbok 
[een soort antilope], de Kaapse leeuw en de Kaapse quagga [een soort zebra] uitgeroeid. Behalve voor plezier werd er ook op talloze wilde dieren gejaagd vanwege hun huiden [met name krokodillen en luipaarden] of andere waardevolle lichaamsdelen. Zo werden grote aantallen olifanten afgeschoten vanwege het ivoor van hun slagtanden en struisvogels vanwege hun veren. Onwetendheid heeft er ook toe geleid dat grote aantallen wilde vlees en grasetende dieren zijn vermoord. Zo heeft men een tijdenlang gedacht dat wilde dieren de besmettelijke ziekte runderpest op het vee overbrachten. Later werd echter ontdekt dat deze virusziekten door het door kolonisten ingevoerde vee en andere dieren waren meegebracht. Voor vele wilde dieren was het echter toen al te laat. Ook in de strijd tegen de slaapziekte zijn veel dieren af geschoten. De slaapziekte wordt veroorzaakt door de parasiet die door de tseetseevlieg wordt overgebracht. Deze ziekte kan dodelijk zijn voor mens en voor het vee. De meeste wilde levende dieren zijn niet vatbaar voor de ziekte, wel zijn ze vaak dragers van de parasiet. Men begon met het bestrijden van deze ziekte door grote aantallen wilde dieren af te schieten, maar dit hielp weinig. Pas later werd voor de bestrijding van de tseetseevlieg gebruik gemaakt van insecticiden. Voor de lijders aan de ziekte en dragers van het virus bestaan geneesmiddelen. Door de meeste Afrikaanse regeringen wordt veel gedaan om de in het wild levende dieren te beschermen. Zo is in vele landen de jacht verboden en leven dieren in beschermde gebieden wildreservaten en nationale parken.

 

 

  gerdavanderzwan@hotmail.com

Laatst bijgewerkt: 19-04-2007 11:29 

Švriendenvanafrika.nl     Švriendenvanafrika.com

ALL RIGHTS RESERVED.